Bedrijfspensioenregelingen in het arbeidsrecht

Arbeidsrecht voor werkgevers en werknemers

Bedrijfspensioenregelingen in het arbeidsrecht

BAUMFALK Advocatenkantoor in Kerpen-Horrem en Witten

Advocaat voor - Arbeidsrecht | Strafrecht | IT Recht | Gegevensbescherming

Het algemene Duitse stelsel van ouderdomsverzekering bestaat uit drie pijlers van nagenoeg gelijke omvang. De eerste pijler is de wettelijke pensioenverzekering, de tweede pijler is de particuliere pensioenvoorziening en de derde pijler is de bedrijfspensioenvoorziening. Het bedrijfspensioenstelsel is onderverdeeld in bedrijfspensioenen in de particuliere sector en aanvullende pensioenen in de overheidssector. De bedrijfspensioenvoorziening door de werkgever heeft tot doel de werknemer juist daarom binnen de arbeidsverhouding bindende uitkeringen in de vorm van ouderdoms-, invaliditeits- of ook nabestaandenpensioenen te verstrekken overeenkomstig § 1 I 1 van het BetrAVG naar ons gestuurd worden. 

De verplichting van een werkgever om uitkeringen te betalen kan op verschillende gronden gebaseerd zijn. Zo kan de werkgever bijvoorbeeld verplicht zijn te betalen op grond van een arbeidsovereenkomst, een bestaande collectieve arbeidsovereenkomst, een uniforme regeling in de arbeidsovereenkomst, een ondernemingsovereenkomst, een bedrijfspraktijk of een algemene verbintenis. Een algemene toezegging is een verklaring van de werkgever aan het personeel of delen van het personeel om voordelen te verstrekken. Een aanvullende pensioentoezegging, in de volksmond ook "bedrijfspensioen" genoemd, is een aanvulling op de wettelijke pensioenaanspraken van de werknemer en komt niet in de plaats daarvan.

In beginsel bestaat er geen algemene verplichting voor de werkgever om een uitkering te verstrekken. Deze uitkering door de werkgever moet veeleer als een vrijwillige uitkering worden beschouwd. Het vrijwillige karakter wordt alleen doorbroken door een eventueel recht van de werknemer op een bedrijfspensioen, gefinancierd door uitgestelde compensatie. De reden hiervoor is dat de werknemer dit voordeel zelf creëert door zijn bezoldiging. Een verval van het bedrijfspensioen is niet mogelijk, zelfs indien de arbeidsverhouding vóór de pensioengebeurtenis zou eindigen. De pensioentoezegging van de werkgever moet echter normaal gesproken ten minste vijf jaar hebben bestaan en de werknemer moet de leeftijd van 30 jaar hebben bereikt.

Als de werkgever een bedrijfspensioen betaalt en het wettelijke pensioen gelijkmatig wordt verhoogd, mag de werknemer het vaste bedrijfspensioen om die reden niet verlagen. Evenzo mogen pensioenuitkeringen die alleen door de werknemer zijn verdiend en dus gebaseerd zijn op zijn of haar prestaties, niet negatief worden gecrediteerd. De Wet Bedrijfspensioenen richt zich op deze mogelijke manieren om bedrijfspensioenen in te voeren:

De directe verbintenis:

In het geval van een rechtstreekse toezegging organiseert de werkgever zelf de pensioenregeling. De werkgever treft dus zelf de nodige voorzieningen en regelt ook de pensioenuitkeringen voor eigen rekening. Dit soort pensioenregeling heeft zeer hoge organisatiekosten. Daarom zal een rechtstreekse verbintenis waarschijnlijk alleen in zeer grote ondernemingen worden gebruikt. Het bedrag van dit bedrijfspensioen kan vrij worden overeengekomen, indien beide partijen dat wensen. Ook kan worden bepaald of de uitkering ineens in de vorm van een kapitaal wordt gedaan of dat zij in de vorm van een lijfrente wordt uitgekeerd. Een belangrijk verschil met andere vormen is dat de contractuele relatie voor het pensioen rechtstreeks tussen de werknemer en de werkgever is en dat er geen derde partij tussen zit. 

Een belangrijk nadeel is ook dat de werkgever niet alleen aansprakelijk is met zijn bedrijfsvermogen, maar ook met zijn totale vermogen. Daarom is het risico dat de werkgever moet dragen zeer groot. Degenen die niet direct vertrouwd waren met de term directe verbintenis zullen deze wellicht beter kennen onder de term uitgestelde beroepscompensatie. In principe is dit niets anders, behalve dat de werkgever hier bovendien afziet van een deel van zijn loon. Bij beëindiging van de dienstbetrekking heeft de werknemer echter niet het recht de voorziening met eigen bijdragen voort te zetten en zelf te financieren. Het recht loopt echter door tot het moment waarop de onderneming wordt verlaten.

Directe verzekering:

Een directe verzekering is een beroepslevensverzekering of pensioenverzekering met betrekking tot het leven van de werknemer. Hij sluit deze verzekering af met het oog op zijn gezin en de nabestaanden. Gewoonlijk hebben de nabestaanden recht op alle of ten minste een deel van de uitkeringen. De uitkering in geval van een pensioenaanspraak wordt betaald door de verzekeringsmaatschappij waarmee de werkgever zijn contract ten gunste van de werknemer heeft gesloten. Er bestaat zelfs een afzonderlijk wettelijk recht hierop. De bijdragen aan de verzekering kunnen ofwel door de werkgever alleen worden betaald, ofwel worden verdeeld tussen de werkgever en de werknemer. 

Op andere manieren bestaat nog steeds de flexibele mogelijkheid dat de werknemer de premies zelf betaalt in het kader van een uitgestelde beroepscompensatie. In tegenstelling tot een particulier gesloten directe verzekering, kan deze niet voortijdig worden beëindigd. Indien de arbeidsverhouding tussen beide partijen ook hier eindigt, kan het bedrag dus niet worden uitbetaald. Niettemin heeft de werknemer nog steeds de mogelijkheid om de verzekering bij een andere werkgever voort te zetten, zolang deze daartoe bereid is. Indien dit niet het geval is, wordt de lopende verzekering niet geschorst, maar kan de werknemer proberen de premies privé dienovereenkomstig te verhogen en zo aan de verzekering te blijven bijdragen. Zo niet, dan is de verzekering premievrij.

Het pensioenfonds:

Met het pensioenfonds organiseert en beheert de werkgever zijn eigen soort levensverzekeringsmaatschappij. De werkgever betaalt zelfstandig zijn bijdragen aan deze maatschappij. Deze heeft uitsluitend tot taak de pensioenvoorziening te waarborgen. Een eventuele vordering tot betaling op zijn werknemer wordt dan door de werkgever uit het fonds betaald. De werknemer heeft ook rechtstreeks aanspraak op pensioenuitkeringen. 

De noodzakelijke bijdragen kunnen zowel door de werknemers als door de werkgever worden betaald. De activa worden dan door deze fondsen voor eigen rekening beheerd en juridisch zijn deze pensioenfondsen gelijk aan normale verzekeringsmaatschappijen. De verzekeringnemer in een Pensionskasse is niet de werknemer zelf, maar de werkgever. Hij sluit een verzekeringspolis af bij de Pensionskasse ten behoeve van de werknemer. Een zekere "controle" op deze Pensionskassen berust bij de Federale Financiële Toezichthoudende Autoriteit (BaFin).

Het pensioenfonds:

Het mogelijke voordeel van een pensioenfonds bestaat in de betaling van ouderdomspensioenen in het algemeen, zoals de naam pensioen impliceert. Eventuele arbeidsongeschiktheidspensioenen kunnen, zoals gebruikelijk is bij andere soorten pensioenvoorzieningen, niet door een pensioenfonds worden verstrekt. Ook hier heeft de ex-werknemer een rechtstreekse vordering. In deze context is een pensioenfonds een op een verzekering lijkende, maar juridisch onafhankelijke pensioeninstelling. Het wettelijke recht op de uitkering moet worden goedgekeurd door de Federale Financiële Toezichthoudende Autoriteit (BaFin) en is ook onderworpen aan haar daaropvolgende controle en toezicht. Zij gaat regelmatig na welk beleid de instelling voert op het gebied van beleggingen. 

De financiering van de uitkering vindt plaats in het kader van de gefinancierde regeling. Zo staat het een pensioenfonds vrij om tot 90 % van zijn activa in aandelen te beleggen en om beleggingen in openbare en particuliere obligaties te doen. Beleggingsfondsen en onroerend goed of schuldbewijzen zijn onbeperkt. Het resultaat is dat een pensioenfonds, in tegenstelling tot de Pensionskasse of andere levensverzekeringsmaatschappijen, aan minder beperkingen is onderworpen wat betreft hun beleggingen en hun beleid inzake kapitaalbeleggingen. Ook al lijkt dit op het eerste gezicht zeer riskant, toch kan het voordelig zijn (althans voor de fondsen), omdat een hoger rendement mogelijk lijkt.

Het voorzorgsfonds:

Het voorzorgsfonds is een afzonderlijke pensioeninstelling die door één of zelfs verscheidene werkgevers wordt georganiseerd. Deze pensioeninstelling heeft zelf rechtsbevoegdheid. De voormalige werkgever heeft geen eigen vordering. Niettemin is het voorzorgsfonds vergelijkbaar met pensioenfondsen. Zelfs wanneer de gepensioneerde geen daadwerkelijke aanspraak heeft, gaat de Bundesarbeitsgerichtshof er steeds meer van uit dat een pensioentoezegging van de werkgever aanleiding geeft tot een vordering van de gepensioneerde op de voorzorgsfondsen. Het blijft de werkgever echter vrijstaan om deze vordering op feitelijke gronden in te trekken. De voorzorgsfondsen zelf beschermen zich vaak door middel van herverzekering.

Zodra de werkgever een uitkering heeft toegezegd, heeft hij ook een zekere verplichting tot vrijwaring, d.w.z. hij heeft een zekere aansprakelijkheid jegens de werknemer.

Mocht een werkgever insolvabel zijn en niet langer aan zijn betalingsverplichting kunnen voldoen, dan zijn er verschillende manieren waarop een verdere betaling aan de voormalige werknemers kan worden gedaan. De eerste mogelijkheid is dat een insolventieprocedure wordt geopend ten aanzien van het vermogen van de werkgever. Een andere mogelijkheid is een minnelijke schikking waarbij hij met zijn schuldeisers een akkoord bereikt om de insolventieprocedure af te wenden, mits de instelling van de insolventieprocedure daarmee instemt. Anders kan de aanvraag tot opening van de insolventieprocedure worden afgewezen wegens gebrek aan activa. 

Tenslotte is er de mogelijkheid van een volledige beëindiging van het bedrijf. Dit is mogelijk binnen de werkingssfeer van deze wet, op voorwaarde dat geen verzoek tot opening van een insolventieprocedure is ingediend en een insolventieprocedure uiteraard niet kan worden overwogen bij gebrek aan activa. Een afwijzing van de insolventieprocedure wegens gebrek aan activa in deze zin betekent niets anders dan dat de insolventierechter de insolventieprocedure afwijst op grond van het vermoedelijke onvermogen van de insolvente. Met andere woorden, het vermogen van de insolvente is niet toereikend om de kosten van de procedure te betalen.

Niettemin hebben werkgevers altijd baat bij een bedrijfspensioenregeling voor hun werknemers. Zo kunnen bedrijven altijd reclame maken voor een veiligheidspunt bij petentiële nieuwe werknemers. Evenzo is het waarschijnlijker dat bestaande werknemers bij hun huidige werkgever willen blijven. Naast salaris en bedrijfsvoordelen (extraatjes voor werknemers) is een bedrijfspensioen dus een financieel aantrekkelijk extra voordeel. Als het gaat om de wensen van de werknemers ten aanzien van de pensioenvoorziening, zijn de punten zekerheid maar ook flexibiliteit het belangrijkst. De gewone werknemer wil dus steeds meer zijn betaling aan zijn behoeften aanpassen. Werkgevers kunnen de uitgaven die zij in het kader van pensioencontracten doen, ook fiscaal declareren. Op die manier zijn werkgevers ook vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen in het geval van uitgestelde beloning.

Een antwoord op de vraag of er een bedrijfspensioenregeling voor zelfstandigen bestaat, is tot nu toe buiten beschouwing gelaten. De reden hiervoor is dat een dergelijke directe verzekering voor zelfstandigen eenvoudigweg niet bestaat in de bekende vorm. Voor dit soort werk is de enige overblijvende optie een particuliere pensioenvoorziening. Het "Rürup"-pensioen wordt algemeen aanbevolen. Dit is een soort ouderdomsvoorziening waarbij de verzekeringnemer maandelijks een bepaalde premie stort, die tijdens de spaarfase belastingvrij is en dat ook de eerste tijd blijft. De bijdragen zijn derhalve onderworpen aan uitgestelde belastingen. Dit is dus grotendeels vergelijkbaar met de basisdekking van de bedrijfspensioenregeling voor werknemers, aangezien deze ook belastingvrij is. Hoe meer winst een zelfstandige maakt, hoe meer hij of zij ook in het "Rürup"-pensioen moet storten, aangezien in dat geval de totale belastingbesparing hoger zal zijn. Maar ook in het geval van particuliere pensioenen moet altijd een deskundige worden geraadpleegd, die voor iedereen en in elke situatie een geschikt model van voorzieningen kan vinden.

Een overstap van een vaste baan naar freelance werk of werk als zelfstandige is ook geen probleem. Een vroegere bedrijfsverzekering kan dus normaal gezien gewoon privé verder worden betaald. De vorderingen uit de contracten vervallen niet. Indien het niet mogelijk is een in de tijd van de werknemer gesloten verzekering voort te zetten, bestaat nog de mogelijkheid de verzekering premievrij te maken. Dit is vaak geen probleem, op voorwaarde dat een bepaald minimumbedrag van het pensioencontract is bereikt. In geval van twijfel wordt het tot dan toe opgebouwde bedrag dan uitbetaald op de overeengekomen uitbetalingsdatum. Als het contract premievrij is gemaakt, moet u er rekening mee houden dat een uitbetaling aanzienlijk lager kan en zal zijn ten koste van de verzekeringnemer. Een resulterend pensioentekort kan op zijn beurt worden gecompenseerd door een particulier pensioen.

Bedrijfspensioenregeling, bedrijfspensioenregeling in het arbeidsrecht, pensioenregeling in het arbeidsrecht, bedrijfspensioen, bedrijfspensioenregeling in het arbeidsrecht

Bedrijfspensioenregelingen in het arbeidsrecht

Advocaat voor - Arbeidsrecht | Strafrecht | IT Recht | Gegevensbescherming

Contacteer ons